gemaakt op : 16 april 2018

Affur de rucloamebordu (97)

Achter de reclameborden is een kroniek van niet alledaagse gebeurtenissen rondom het sportveld. Opmerkelijke en minder opmerkelijke zaken passeren hierin de revue. 

Salim
Jongstleden zaterdag speelde Spakenburg thuis tegen DOVO. Uit was er nog met hangen en wurgen een gelijkspel behaald, zaterdag stond er na een stroeve eerste helft een volledig terechte 3-0 op het scorebord.
Bij de selectie van DOVO stonden twee oud Spakenburg spelers op het wedstrijdformulier namelijk Adil Mahdadi en Salim Amerzgiou.
Laatstgenoemde, Salim dus, ken ik al vanuit mijn periode als trainer van de A1 bij Sparta Nijkerk. Destijds speelde hij als eerste jaars in de B1 met twee vingers in zijn neus tegen en met zijn leeftijdsgenoten. Na ampel beraad binnen de jeugdcommissie, werd besloten om Salim al in november van datzelfde kalenderjaar door te schuiven naar de A1. Dat was natuurlijk een behoorlijke gok want eerlijk is eerlijk, als je in april nog C-junior bent en in december al mee speelt met de A-junioren, wordt er wel het nodige van je verwacht. Salim heeft destijds nooit aanpassingsproblemen gehad en werd gelijk opgenomen door de groep. Dat kwam natuurlijk niet alleen door de exceptionele kwaliteiten van Salim zelf maar ook vanwege zijn persoonlijkheid.
Het was in de tijd dat ik al werkzaam was bij Zwarte Jan die ik toen de tip gaf om een aantal spelers te blijven volgen: Marco Kints, Tom Wallet, Niels Buijtenhuis en, jawel, Salim Amerzigou. De eerste twee zijn het uiteindelijk niet geworden maar van Niels en Salim hebben wij toch wel veel plezier mogen beleven.
Naast dat Salim uitstekend kan voetballen is het ook een ongelofelijk fijne vent. Uit niets blijkt dat hij een Marokkaanse achtergrond heeft. Vaak zei ik tegen hem, na weer een geslaagde opmerking, dat hij een goeie Spakenburger kon zijn waarna hij weer eens bulderde van het lachen. Zelden heb ik trouwens ooit iemand de tranen over zijn wangen zien bengelen na het horen van een sketch van Youp van ’t Hek als Salim dat ooit deed. Je kunt dus wel concluderen dat ik een behoorlijke klik met hem had en nog steeds heb.
Vaak is het zo dat spelers tegen hun oude club juist iets extra’s geven. Zaterdag liet Salim zien nog altijd gevoelens te hebben voor Spakenburg door, gewild of ongewild, niet thuis te geven. Het ovationele applaus tijdens zijn wissel sprak wat dat betreft boekdelen. Salim is en blijft een Blauwe!

Tijmen Beekhuis


Teamfoto 2018
De afgelopen weken zag ik het weer voorbij komen in De Bunschoter. Foto’s van voetbalteams die gesponsord zijn met trainingspakken. Die foto’s intrigeren mij. Allereerst door de teksten die er in de krant boven staan. Dat zijn zonder uitzondering geweldige oneliners zoals ‘Spakenburg MO14-2 loopt er weer warmpjes bij’, ‘Spakenburg-2 warm de winter door’ of ‘Spakenburg J011-2 in het nieuw gestoken’. Vervolgens de locatie van de foto. Veelal wordt het kiekje gemaakt op het voetbalveld; in het doel of voor de hoofdtribune. Heel soms, indien aanwezig, wordt het plaatje gemaakt bij het reclamebord van desbetreffende sponsor. Mijn favoriete foto’s zijn echter de foto’s op locatie. Voor de deur van de sponsor. Op deze foto’s zie je, behalve verborgen joligheid, vaak een soort ongemakkelijkheid op de gezichten van de spelers. Alsof ze aangeven dat de omgeving waarin ze poseren niet past bij hun voetbaltenue.

Het meest typerende van deze foto’s is wel dat een gedeelte van de spelers hun trainingsjack heeft gedraaid waardoor de achterkant met naam van de sponsor zichtbaar wordt op de foto. Een fascinerend beeld; koddig en aandoenlijk tegelijk. Dit draaien van het trainingsjack gebeurt al sinds jaar en dag. Kennelijk ontstaan uit de behoefte van het team om iets terug te doen voor de sponsor. 

Als jeugdspeler ben ik, ruim 25 jaar geleden, al met mijn teamgenoten op dezelfde manier op de gevoelige plaat vastgelegd. Mijn zoon en dochter hebben beide ook op deze manier geposeerd. En ik verwacht, nee ik hoop dat dit altijd zo zal blijven. Want deze foto’s zijn, in al hun kneuterigheid, een ode aan het amateurvoetbal. En een genre op zich.


Teamfoto 1981
We stonden klaar voor de teamfoto. We hadden trainingspakken gekregen van de sponsor ‘De Veluwse Poelier’. Wij, de B2 notabene, een stelletje bij elkaar geraapte jochies, werden gesponsord. Ik kon het nauwelijks geloven; alleen selectieteams werden gesponsord. Zoiets was niet weggelegd voor ons, tweede keus.
Ik weet het, ik mocht een gegeven paard niet in de bek kijken maar ik moest een lichte teleurstelling wegslikken toen ik de pakken voor het eerst zag. Het was een soort joggingspak en dat was toen, begin jaren ’80, ook al niet hip. Dankzij het strakke elastiek bij de broekspijpen werd de broek erg wijd rond de knieën waardoor het leek alsof we een vissersbroek uit Volendam droegen. Het trainingsjack had geen rits en was dus een soort sweater. Met een capuchon. In alles was dit geen trainingspak. En al helemaal niet voor een voetbalteam. De sport voor dit trainingspak moest voor mijn gevoel nog uitgevonden worden.
De fotograaf gaf nog wat aanwijzingen aan de lange spelers achteraan. Samen met o.a. André Masteling, Tim Heinen, Rutger van Halteren en Jaap Wim de Graaf zat ik vooraan en oefende nog maar eens de coole blik die ik had gezien op de voetbalposter die boven mijn bed hing. In die jaren was ik zwaar fan van NAC uit Breda. Ik was betoverd door het avondje NAC, de jaarlijkse degradatiestrijd, de stoere hoofdtribune aan de Beatrixstraat en de trainer met het uiterlijk van Leonardo da Vinci: Jo Jansen. Mijn helden uit die tijd luisterden naar namen als Ton van Eenennaam, Koos Waslander, Edy de Schepper, Wanny van Gils, Martin Vreijsen en Ton Lokhoff. Als ik de poster op mijn slaapkamertje aan de Julianastraat voor de zoveelste keer bekeek dan viel mijn oog altijd op Wanny van Gils. Hij keek met felle ogen recht in de lens. Bovendien had hij een glimlach rond z’n lippen, alsof hij bezig was om iemand te dollen. En hij had niet gedienstig en afstandelijk de armen over elkaar. Nee hij steunde met z’n armen op z’n teamgenoten. Dat deden Italianen ook altijd dus dat vond ik sowieso oké.
Juist op het moment dat de foto gemaakt kon worden, ik grijnsde en steunde op m’n maatje Carlo Digristina, riep iemand dat de zoon van de sponsor plaats moest nemen in de voorste rij. Een tel later zat Jan Termaten junior naast mij. Dat was jammer, daar kon ik niet op steunen. En nog was het plaatje niet goed want het trainingsjack moest gedraaid worden. Grote vraagtekens bij mij en mijn teamgenoten. Waarom? Het idee was van mijn teamgenoot Robert Offringa. Hij had geregeld dat De Veluwse Poelier onze sponsor wilde worden. ‘Zo is de naam van onze sponsor ook zichtbaar op de foto’ was de plausibele verklaring van Robert.

Braaf draaiden wij onze sweater om. Ik baalde want daardoor hing de capuchon onder mijn kin. Dat was een suf beeld en een veel te groot contrast met de pose die ik tot in den treure had geoefend. Maar ik had geluk want de voorste rij werd ontzien. ‘De sponsornaam is toch niet zichtbaar omdat jullie de armen over elkaar doen’ zei Robert. ‘Dat ziet er professioneel uit’ voegde de fotograaf er nog aan toe. Gedesillusioneerd volgde ik de orders op die mij werden opgedragen. De kopie van Wanny van Gils kon ik wel vergeten.
Na afloop van de fotosessie praatte Robert Offringa nog wat na met sponsor Jan ter Maten. Wellicht dat Robert op dat moment de basis legde voor z’n carrière in de sponsorcommissie van onze mooie Blauwe club. Ik zag het met bewondering aan. Dat had hij toch maar gefikst, als jochie van 14 een sponsor regelen.

Een paar weken eerder namelijk had Robert ons een voorstel gedaan. Hij had heel veel zelfvertrouwen getankt uit de vele goals die hij dat seizoen als snelle rechtsbuiten scoorde. En, zo beloofde hij ons, hij zou een sponsor regelen indien hij in de eerstvolgende wedstrijd 2 goals of meer zou maken. Tijdens die wedstrijd kreeg Robert uiteraard geen bal van ons. Robert accepteerde zijn doelpuntloze wedstrijd met een raadselachtige glimlach. Diezelfde glimlach had Robert weer op zijn gezicht toen ik de foto in de krant bekeek. Boven de foto stond ‘Spakenburg B2 loopt er weer warmpjes bij’.

Hille Beekhuis