gemaakt op : 17 mei 2018

Affur de rucloamebordu (99)

Pot
Met ingang van het seizoen 2018-2019 wordt Maurice Pot het nieuwe Hoofd Jeugd Opleidingen bij S.V. Spakenburg. Maurice is geen onbekende voor onze club want eind jaren 90 en begin van het nieuwe millennium speelde hij maar liefst 7 seizoenen voor onze Blauwe hoofdmacht. Ik kan mij nog goed herinneren dat hij zijn eerste stappen zette op ons sportpark. Niet geheel toevallig liep ik daar ook en zag ik een zoekende Maurice lopen waarop ik hem aansprak met de vraag naar wie of wat hij op zoek was. “Ik heb een afspraak met Simon Kistemaker”. Aha, dacht ik toen, weer een nieuwe aanwinst voor de Blauwen en dat klopte ook nog. Eigenlijk kreeg ik bij de eerste aanblik niet gelijk het idee dat Maurice een prototype Kistemaker speler was. Kistemaker namelijk hield van spelers die konden bikkelen, tackelen, lopen, lopen en nog eens lopen tot in het kwadraat. Met zijn wat iele, bijna slungelig-achtig voorkomen voldeed hij niet bepaald aan dat signalement.

Dat Maurice daarentegen andere kwaliteiten had, bleek wel want anders houd je het niet 7 jaar bij Spakenburg vol. Daarnaast stond hij op het middenveld wel degelijk zijn mannetje, laten wij dat niet vergeten.

Diezelfde Maurice gaat dus binnen de jeugdafdeling aan de slag. Afgelopen maandag gaf hij in de kantine voor het voltallige jeugdkader daarvoor het startsein middels een gelikte presentatie. Nu weet ik dat je niet alleen met een geweldige theorie het nivo omhoog kunt krikken, er zal een vertaalslag naar de praktijk moeten worden gemaakt.

Afgaande op mijn eerste ontmoeting met Maurice en mijn eerste, volstrekt ongegronde twijfels destijds over hem, kan het niet anders dat Spakenburg ook op het opleidingsvlak veel plezier aan hem gaat beleven. 

Tijmen Beekhuis


Kampioenswedstrijd 2012
Ik zat samen met mijn 11-jarige zoon Bernard in een supportersbus richting Katwijk. Halverwege die bustrip werd hij misselijk. Overgeven deed hij nog net niet maar de kleur op z’n wangen, of beter gezegd het ontbreken van kleur, beloofde weinig goeds. Ik had nog stille hoop dat hij reisziek was en dat het, zodra we in Katwijk waren, met een sisser zou aflopen. Die hoop was ijdel. De vaste Katwijkse grond onder de voeten en de frisse Noordzeelucht zorgden niet voor opluchting. Hij voelde bovendien koortsig en klam aan. Wat nu? Een telefoontje met het thuisfront bracht de oplossing. Mijn vrouw Hetty zou Bernard komen ophalen.

Het zou een uurtje duren voordat Hetty zou arriveren. Ik zocht daarom een geschikte plek waar Bernard een beetje op mij kon hangen. Die plek vond ik op een trap tussen het voetbalveld en het naastgelegen tennisveld. Lekker in het zonnetje. Het mooie van die locatie was bovendien dat ik een gedeelte van het voetbalveld kon zien. Langzaam maar zeker liep het sportpark vol en de laatste supporters haasten zich naar de ingang. Ik zag het met gemengde gevoelens aan. Bernard zuchtte nog eens diep om de misselijkheid weg te slikken.

De wedstrijd begon. Ik probeerde te kijken naar een wedstrijd op een half veld maar daar werd ik alleen maar onrustiger van. Plots, de wedstrijd was nog geen 5 minuten onderweg, kwamen er een paar Blauwe supporters aangelopen. Ik herkende Bram ‘Art’ Hopman en Aart ‘Knoet’ Koelewijn. Ze kwamen naast mij zitten. Aart zei ‘of vonden jullie het ook te spannend om te kijken?’ Ik knikte en samen met Aart en Bram keek ik naar een enerverende tiebreak op het naastgelegen tennisveld.

Niet veel later scoorde Danny van de Meiracker de 0-1 voor Spakenburg. Aart en Bram gingen uit hun dak. Ik juichte een stuk rustiger om de koortsachtige Bernard zo goed en zo kwaad te ontzien.

Aan het einde van de eerste helft arriveerde Hetty en kon de zieke Bernard met z’n moeder mee naar huis. Daardoor kon ik nog de 2e helft zien en was ik getuige van de 2 goals van Salim Amerzgiou. Spakenburg was kampioen. Zodra de wedstrijd was afgelopen liep ik het veld op. Ik kwam Aart en Bram tegen. Of ze wisten wie die tenniswedstrijd nou had gewonnen, was mijn bijdehand bedoelde vraag. Ze keken mij niet begrijpend aan en verdwenen snel in het Blauwe feestgewoel.


Kampioenswedstrijd 2014
Na de geweldige en meeslepende beslissingswedstrijd tegen GVVV in Volendam zat ik in een uitgelaten supportersbus richting Westmaat. Spakenburg was kampioen. De chauffeur zette ‘Onze Glorie, Onze Blauwen’ op. De hele bus zong mee. Kennelijk beviel dit de chauffeur zo goed dat hij het Blauwe clublied nog een keer door de speakers liet knallen. En nog een keer. En nog een keer. En nog een keer.

Tot aan de Westmaat werd de Blauwe hymne afgespeeld. De hele bus was in een zodanige gemoedstoestand dat het niet ging vervelen of irriteren. Sterker nog, de bus bleef klappen, meezingen en meeblèren.

Maar de chauffeur had nog meer voor ons in petto. Eenmaal aangekomen binnen de Spakenburgse dorpsgrenzen reed hij op elke rotonde richting Westmaat een extra rondje. Ik keek uit het raam en zag de supporters die naar onze bus zwaaiden. Mijn oog viel op 2 jochies die springend onze bus begroeten. Het deed mij denken aan het juichen van spelers uit de jaren 60 van de vorige eeuw. Niet extatisch wegrennend maar opspringend op dezelfde plaats, met beide armen gestrekt omhoog. Het extra rondje op de rotonde bracht helaas geen herhaling van de juichscene. Ik zag nog net dat beide youngsters hun fietsjes pakten.

Niet veel later stapten we uit op de Wetsmaat. Het was er al een gezellige drukte. We kregen Blauwe kampioenshirts uitgereikt, er was muziek en bier in de sporthal en eettenten op het plein bij de kantine. Het hoofdveld was in bezit genomen door de voetballende jeugd. Ik bekeek het met een glimlach. Spelende jeugd op het veld is voor mij een iconisch beeld. Hét beeld dat amateurvoetbal kenmerkt.

Terwijl ik al mijmerend over het drukbezette veld staarde zag ik plots één van de 2 jochies van de rotonde. Hij rende juichend weg en wees met beide duimen naar de denkbeeldige naam op z’n rug. Een perfecte juichimitatie van Kees Tol. Op dat moment kreeg ik heimwee naar het ererondje op de rotonde.

Hille Beekhuis