gemaakt op : 24 april 2020

Affur de rucloamubordu (138)

Achter de reclameborden is een kroniek van niet alledaagse gebeurtenissen rondom het sportveld. Opmerkelijk en minder opmerkelijke zaken passeren hierin de revue.

Ome Kees
Een jaar of 19 zal ik geweest zijn. Hartje zomer. Spuiplein. Stralend weer. Op het terras van café De Bolderbar, het huidige De Kraplap, dronk ik samen met wat vrienden een biertje. Plots zag ik hem fietsen. In een rustig en gedoseerd tempo. Hij had gele klompen aan. Z’n ranke lijf was omhuld met een blauwe overall terwijl zijn zongebruinde gezicht schuil ging onder een eveneens blauwe pet die zijn grijze haardos grotendeels afdekte. Op zijn fiets vervoerde hij op een vernuftige manier een spade en bezem.

Ik keek hem na. Stoïcijns reed hij door de toeristische drukte. Hij had het voetbalveld achter zich gelaten. Morgen, dat wist ik zeker, zou hij weer in alle vroegte naar De Westmaat fietsen om zich te storten op zijn passie; de grasmat van S.V. Spakenburg. Het was op dat moment dat ik voor het eerst besefte dat mijn ome Kees wel heel veel vrije tijd in mijn Blauwe cluppie stak. Waarschijnlijk had ik een andere omgeving nodig dan het voetbalveld om dit te ontdekken.

Want Kees Beekhuis was altijd op de club. Bezig met allerlei onderhoud zoals het repareren van een hek of het uitdiepen van de sloot. Maar vooral bezig met de grasmat. Het was voor hem een uitdaging om de velden bespeelbaar te krijgen en te houden. Dat vereist toewijding, gedrevenheid en volharding. Ome Kees heeft zelfs een halve pink opgeofferd voor de Blauwe grasmat toen een reparatie van een vastgelopen maaier letterlijk uit de hand liep. Over toewijding gesproken.

Wat op mij ook veel indruk maakte was het lijnen trekken. Met witte kalk werden de strepen door ome Kees als het ware op het gras geschilderd. Daarvoor heb je iemand nodig met een kalme en onverstoorbare inborst. Een perfecte klus voor ome Kees dus. Een man van weinig woorden. In alles een doener die het best rendeert in een omgeving met niet teveel mensen. Loyaal, ingetogen en bescheiden. Wars van poeha en opsmuk. 

De grasmat ging hem aan z’n hart. De liefde voor z’n Blauwe cluppie eveneens. Want Blauw was hij. Donkerblauw.

Daar kwam ik voor het eerst achter tijdens een dorpsderby, ergens midden jaren ’90. Ik stond aan de Rode zijde van de Westmaat op de Blauwe staantribune. Vlak voor de  aftrap zag ik een aantal mensen op het dak van onze Blauwe accommodatie lopen. Ik herkende het silhouet van ome Kees. Er werden stoelen geplaatst en daar zat hij dan met een paar maten. Hun doel was bereikt want als Blauwe supporter entree betalen bij de Rooien; dat deed je niet. 

Met het klimmen van de jaren werd ome Kees daarin wel milder. De scherpe kantjes gingen er vanaf want later zag ik hem, in gezelschap van zijn zoon Jaap, regelmatig staan op het zogenaamde ‘Blauwe Diekie’ bij IJsselmeervogels om een willekeurig wedstrijdje van onze buren te bekijken.

De laatste periode van zijn leven was ome Kees, inmiddels lid van verdienste, nog steeds vaak op de club. Ik vond het mooi als ik hem tijdens mijn kantinedienst op zaterdagmorgen een kopje koffie kon aanbieden. Hij keek mij dan aan met een blik van verstandhouding want hij ging zitten aan de stamtafel bij een paar van z’n oude maten, vrijwilligers van het eerste uur. Die vrijwilligers die in maart 2017 nog zo mooi gefilmd zijn door SpakenburgTV. Ome Kees komt ook een paar seconden in beeld met, hoe typerend, een bezem in zijn hand. 

In dat jaar was zijn gezondheid al tanende. En dat gold ook voor zijn vrouw, mijn tante Ger, die door een hersenbloeding zelfs niet meer thuis kon wonen. In september van 2019 kreeg hij een extra dreun toen zijn echtgenote, in de jaren ’80 en ‘90 vaste gastvrouw in de Blauwe bestuurskamer, overleed. 

Ome Kees zat de laatste maanden van zijn leven tijdens de thuiswedstrijden van het eerste elftal op de tribune. Als ik hem groette dan kreeg ik een knikje terug. Maar de herkenning werd snel minder. Tot het moment dat ik geen response meer kreeg. Ik zag het in z’n ogen; hij stond op de grens van het grote vergeten.

Ik keek met bewondering naar de kinderen Theo, Jaap en Linda die, samen met hun partners, hun fragiele vader liefdevol en geduldig begeleidden. Zodat hij de wedstrijden van de Blauwen kon blijven zien. Eerst nog op de tribune, de laatste maanden achter het glas van het sponsorhome. Ik vond het elke keer weer een ontroerend beeld.

Dat beeld zal niet meer terugkeren want ome Kees overleed woensdag 8 april jl. op 89-jarige leeftijd. Het lichaam was op. De dood kwam als een bevrijding.

Gedwongen door de maatregelen die genomen zijn vanwege het coronavirus moest de begrafenis in besloten familiekring plaatsvinden. Alsof het zo had moeten zijn. Een ingetogen afscheid, naadloos passend bij zijn karakter; niet teveel mensen, geen poeha, geen opsmuk. 

Rust zacht ome Kees. Rust zacht.

Famous last words
Hij was mijn eerste trainer. Samen met René, de melkboer, van Twillert gaf hij op woensdagmiddag training aan jochies van een jaar of 8, de E-pupillen. Nu, 45 jaar later, is Gert van Dijk aftredend en niet herkiesbaar bestuurslid. Hij stopt als secretaris en wordt opgevolgd door een zekere Tijmen Beekhuis. Ook voor de activiteiten van de zaalvoetbaltak heeft hij in Rik Broekmaat een gekwalificeerde vervanger gevonden. 

De gepensioneerde schoolmeester gaat het dus rustiger aan doen. De man die ook jaren actief was in het jeugdbestuur en bovendien de rol heeft vervult van stadionspeaker, ga ik dan op een druilerige donderdagavond waarschijnlijk ook niet meer tegenkomen in de sporthal. We waren daar regelmatig; ik kijkend naar het zaalvoetbalteam van mijn dochter, Gert kijkend of alles soepel verliep. Een paar minuten, langer was het nooit want dan moest Gert weer door, door richting een nieuw agendapunt.

Die verplichtingen stoppen binnenkort. Het is hem gegund en ik dank hem van harte voor al het goede werk wat hij gedaan heeft. Vanaf het midden van de jaren ’70 is hij actief geweest voor onze Blauwe club. Hoogste tijd om gas terug te nemen. Om dingen los te laten. Maar zou het hem lukken om helemaal te stoppen? Gaan we hem echt niet meer zien op De Westmaat? Of kruipt het bloed daar waar het niet gaan kan en is hij, net zoals mijn ome Kees, vrijwilliger voor het leven? Ik vermoed het laatste. Daarom durf ik de stelling aan dat de afsluitende woorden die hij als stadionspeaker gebruikte, exemplarisch zijn voor de vrijwilliger Gert van Dijk; ‘speaking you’.

Hille Beekhuis