gemaakt op : 06 juli 2020

TinQ nieuwe shirtsponsor SV Spakenburg

TinQ is een nieuwe shirtsponsor van SV Spakenburg. De naam van de marktleider op het gebied van onbemande tankstations in Nederland prijkt komend seizoen op de rug van de spelers van ons eerste elftal. “We zijn zeer content met deze sponsorovereenkomst en blij dat TinQ de intentie heeft om zich voor langere tijd aan SV Spakenburg te binden. Dat tankt veel vertrouwen”, aldus Frank Hartog, bestuurslid commerciële zaken bij de Blauwen.

Na eerder de bekendmaking van het hoofdsponsorschap door Schoonderbeek Bouw, is SV Spakenburg er met TinQ opnieuw in geslaagd om een ambitieuze organisatie aan zich te binden. TinQ is de snelst groeiende keten onbemande tankstations van Nederland en telt momenteel bijna 350 tankstations in ons land. Deze groeispurt wordt de komende jaren doorgezet, zodat er altijd een TinQ tankstation in de buurt is. “Ons doel is onze positie als marktleider op het gebied van onbemande tankstations de komende jaren te verstevigen”, zegt Robert Offringa, manager Retail bij TinQ. “In de regio Spakenburg zullen we zeker nog groeien. Op dit moment heeft TinQ in de regio tankstations in Amersfoort, Baarn en bij Hotel de Witte Bergen langs de A1.

Robert Offringa, die bij de meeste Blauwen bekend is, vindt het prachtig dat de naam van TinQ op het shirt van SV Spakenburg komt te staan. “Dat doet mijn Blauwe hart goed. Overigens is het zo dat we met Enviem Retail – het moederbedrijf van TinQ – al sinds 1999 sponsor zijn bij SV Spakenburg. Dat contract hebben we nu uitgebreid met shirtsponsoring. En mooie deal waar zowel SV Spakenburg als TinQ de vruchten van gaan plukken.”

Frank Hartog, bestuurslid commerciële zaken bij SV Spakenburg, is blij met de gezette handtekening onder het sponsorcontract. “TinQ groeit hard en toont net als onze vereniging ambities. Het is natuurlijk fijn dat we op commercieel gebied stappen blijven maken, onder meer via mooie sponsorovereenkomsten, zoals met TinQ. We heten de mensen van TinQ komend seizoen van harte welkom bij de Blauwen.”