Achter de reclameborden is een kroniek van niet alledaagse gebeurtenissen rondom het sportveld. Opmerkelijke en minder opmerkelijke zaken passeren hierin de revue.
DOORSELECTEREN
Het contract met Floris van der Linden wordt niet verlengd. Na een zeer succesvol verblijf van 6 jaar op onze Westmaat, vertrekt onze sympathieke aanvoerder deze zomer door de voordeur. Ik kan mij voorstellen dat dit een moeilijke beslissing is geweest voor de mannen van de Technische Commissie. Een speler die goed ligt in de selectie en bij de supporters. Een speler die met 26 goals topscorer van de Tweede Divisie was in het seizoen 21/22. En een speler die altijd arbeid levert en een groot aandeel had in het memorabele bekeravontuur en het kampioenschap. Maar op enig moment moeten er harde keuzes worden gemaakt bij het samenstellen van een nieuwe selectie en bij het onvermijdelijke doorselecteren. Het adagium ‘kill your darlings’ komt dan vaak om de hoek kijken. Het is een motto dat naadloos van toepassing is op onze aanvoerder.
Het onderwerp doorselecteren kwam tijdens de nieuwjaarsreceptie van onze club ook nog even aan de orde. Ik raakte in gesprek met Bert Koops en (zwarte) Jan van Diermen, kampioenen uit de jaren ’80. We filosofeerden onder andere over de kampioenskansen van onze club. Ook kwam de selectie van het nieuwe seizoen aan de orde want ja, op een nieuwjaarsreceptie kijk je vooral vooruit. Jan, tussen 2012 en 2016 voorzitter van de Technische Commissie en zodoende ervaringsdeskundige, gaf aan dat een selectiesamenstelling een zeer complexe klus is. Vooral als het gaat over doorselecteren. ‘Uiteindelijk’, zo zei Jan, ‘is het beter om een jaar te vroeg afscheid van een speler te nemen dan een jaar te laat’. Laten deze wijze woorden een troost zijn voor alle fans van Floris.
MELANCHOLIE
Meteen na de wedstrijd tegen Jong Sparta Rotterdam liep ik, nog half groggy door de bizarre apotheose, onze kantine in. Na een paar biertjes die hard nodig waren om de wrange gelijkmaker te verwerken, besefte ik dat dit de laatste keer was dat ik in onze kantine stond. De eerstvolgende thuiswedstrijd tegen Volendam ben ik verhinderd, daarna volgen er twee uitwedstrijden voordat we op 21 februari GVVV op onze eigen Westmaat ontvangen. Maar dan, medio februari, heeft de sloophamer zijn werk al gedaan. Vrijwel direct voelde ik de zwaarte van melancholie op mijn schouders drukken.
Er liggen voor mij persoonlijk een kleine 50 jaar aan verhalen en ervaringen in deze kantine. Een halve eeuw voetbalgeschiedenis met herinneringen aan bijvoorbeeld de flipperkast die achterin de hoek stond. Of aan de geschonken wedstrijdballen die boven de bar werden opgehangen. Of aan het geluid van het ratelen van het rad van fortuin met daarachter het karakteristieke hoofd van Ome Piet, met peuk in z’n mondhoek, die triomfantelijk via een schelle microfoon liet weten dat de vleesschotel gaat naar lotnummer acht-en-tachetuch. Of aan de schaal met bittergarnituur die onderweg was van de keuken naar de inpandige bestuurskamer. Of aan recentere gebeurtenissen zoals aan Chris de Graaf, zingend en dirigerend op een tafel in ‘de nacht na Utrecht’.
Maar uiteraard schiet ik er niets mee op om mijzelf te verliezen in nostalgische Blauwe dagdromen over onze kantine. Het gaat er vooral om dat ik al mijn eigen unieke Blauwe momenten meeneem naar de nieuwe locatie. Om daar vervolgens nieuwe aan toe te voegen. Vooruitkijken dus. Achteromkijken heeft geen zin. Oude vloeren, wanden en plafonds zijn uiteindelijk niet waardevol. Het gaat er om wat er zich afspeelt op die vloer, tussen die muren en onder dat plafond. Juist daar vind je het belang van onze Blauwe club. Dat gebeurt nu al met de bouw van de tijdelijke kantine. Op die plek zijn door vele vrijwilligers in korte tijd alweer prachtige herinneringen gemaakt tussen spiksplinternieuwe vloeren, wanden en plafonds. En zo werkt het. Voor mij een perfecte praktijkles hoe ik om moet gaan met Blauwe melancholie: vooruitkijken is het devies.
Het werd uiteindelijk weer ouderwets gezellig in de kantine. De teleurstelling over het gelijke spel tegen Jong Sparta was langzaam weggeëbd. Tegen sluitingstijd, ik wilde nu eenmaal alles uit dit afscheidsbezoek aan onze kantine persen, verliet ik voor de allerlaatste keer ons clubgebouw. Ik keek niet achterom.
Hille Beekhuis
MELANCHOLIE 2
Afgelopen zaterdag stond de verste uitwedstrijd van het seizoen op het programma en wel die tegen het Zeeuwse Hoek. Hille en ik hadden ons tijdens de laatst gespeelde derby in oktober vorig jaar min of meer verbonden aan deze wedstrijd na onze ontmoeting met de uit Zeeland afkomstige Harry Koster. Goed gemutst togen wij dus richting het verre Hoek en hoe dichter wij bij onze bestemming aankwamen, des te hoger werd de temperatuur. Liefst 12 graden Celsius gaf de thermometer aan toen wij de auto parkeerden in Terneuzen voor de gezamenlijke lunch en dat terwijl je op 24 januari uitgerekend in Zeeland wel eens de horizontale sneeuw in het gezicht kunt verwachten. Toen wij na de lunch aankwamen op sportpark Denoek, stond dit synoniem aan een trip met de tijdmachine van professor Barabas. De tijd heeft in Hoek blijkbaar echt stil gestaan want de tribune, de kleedkamers, de kantine en zelfs de backdrop (het industriële havengebied van Terneuzen) waren in een kleine 36 jaar, in het seizoen 1989-1990 bezocht ik sportpark Denoek voor het eerst, geen spat veranderd. Zelfs de beglazing van de kantine bestaat nog uit enkel glas. Het enige wat gemoderniseerd is, is het veld. Dat is van kunstgras, maar of dat nou zo’n verbetering is? Hoe dan ook, mocht u na het lezen van het eerste deel van Melancholie echt melancholisch worden: een autorit van twee uur en twintig minuten is zeker de moeite waard om in dit geval wél achterom te kijken.
Tijmen Beekhuis