Achter de reclameborden is een kroniek van niet alledaagse gebeurtenissen rondom het sportveld. Opmerkelijke en minder opmerkelijke zaken passeren hierin de revue.

AART EN NEELTJE

Ze waren een onafscheidelijk duo op ons sportpark. Ik moest aan ze denken toen ik geconfronteerd werd met de overlijdensadvertentie van Aart Hop. Jarenlang, nee decennialang waren Aart en zijn vrouw Neeltje markante vrijwilligers bij onze mooie club. Hoe ver ik ook terug ga in mijn herinnering, ik zie ze steeds samen voor mij opdoemen. Aanwijzingen gevend langs een bijveld, met een shaggie voor de kantine of juichend op de hoofdtribune.

De eerste keer dat ik met ze te maken kreeg was in de tijd dat ik voetbalde in het tweede, ergens eind jaren ’80. Vanwege een spelerstekort werd mij gevraagd of ik een wedstrijdje met het vierde van teamleiders Aart en Neeltje mee wilde doen. Het werd een onvergetelijke ervaring. Ik had, in een elftal dat gedragen werd door spelers als Sjaak de Jong, Hein Spoelder, Raymond Hagen en de gebroeders Stef en Piet Duijst, een wat te grote mond. In de rust van de wedstrijd deed ik er, niet geremd door enige bescheidenheid die zou passen bij een gastspeler, nog een schepje bovenop met adviezen over de tactiek. Aart zei vervolgens; ‘Hille, je hebt gelijk. We gaan het op de manier doen die jij aangeeft. Maar wel zonder jou’. Het werd die 2e helft voor mij een lange zit, mokkend in de dug-out naast een breeduit lachend echtpaar. Na afloop van de wedstrijd onderging ik nog een cultuurshock. Aart en Neeltje analyseerden doodgemoedereerd de wedstrijd tijdens het douchen van de spelers. En daar stond ik dan, in adamskostuum, discussiërend met een wat oudere vrouw over buitenspel en naar binnen knijpende backs. Het voelde niet vreemd, sterker nog, het was de normaalste zaak van de wereld. Voor Neeltje, voor Aart. En al helemaal voor de vaste kern van het vierde. Want Neeltje was in de kleedkamer ‘one of the boys’.

Een aantal jaren later kruisten onze sportieve paden wederom. Ik was destijds trainer van de A2 en Aart en Neeltje waren leiders van dit team. Aan het eind van elke training stonden ze langs de lijn. Om sfeer te proeven. Om zich alvast voor te bereiden op de eerstvolgende wedstrijd. En, zoals Aart zei; ‘om te kijken of ze helder uit hun ogen kijken’. Tijdens dat seizoen, we stonden aan kop, had ik een aanvaring met onze topscorer. Een begenadigd speler met een licht ontvlambaar karakter. Het conflict liep zo hoog op dat ik de makkelijk scorende spits wegstuurde van de training met de boodschap dat hij weer welkom was nadat hij zijn excuses zou aanbieden. Toen ik dit vervolgens besprak met de Hopjes was de reactie van Neeltje zoals altijd luid en duidelijk. ‘We willen kampioen worden dus die jongen speelt zaterdag. En volgende week zaterdag ook want wie moet ze er anders inschieten, ik soms? Ik zocht verward steun bij Aart maar tevergeefs. Zijn woorden dreunden bij mij nog dagen na, als een bezwerend mantra; ‘excuses, wat heb je nou aan excuses? Ik wil doelpunten’.

Luid en duidelijk dus. Een uitgesproken mening. Rechttoe, rechtaan, zwart of wit, grijs bestond niet. Dat was soms ongemakkelijk, soms bot. Maar meestal heel verhelderend. En doordat er altijd een dosis humor aan toegevoegd werd was het niet verrassend dat Aart en Neeltje na vele dienstjaren als teamleiders een cultstatus bereikten. En bij zo’n status horen anekdotes. Zoals het verhaal over de eerste jaren van Neeltje als oma. Trots liep grootmoeder Hop wekelijks met de kinderwagen en later met de buggy naar de Blauwe zijde van de Westmaat. Toen het joch eenmaal kon lopen, wandelde Neeltje hand in hand met haar kleinzoon het bekende dijkje af richting ons sportpark. Al wijzend naar de buren zei ze liefkozend tegen het kleine ventje; ‘daar gaan wij niet naar toe, want daar wonen de wilde beesten’. Een ander verhaal wat kenmerkend is voor Aart en Neeltje speelde zich jarenlang af op donderdagavond na het trainen. De teamleiders van het tweede, derde en vierde elftal kwamen dan bij elkaar in de bestuurskamer om de spelers over de teams te verdelen. Het kwam dan regelmatig voor dat de teamleider van het derde een speler, waarin hij geen vertrouwen had, probeerde te slijten bij Aart en Neeltje. Zo’n gesprek ging dan ongeveer als volgt. ‘Beste Aart, dat is echt een prima speler, daar ga je veel plezier aan beleven’. Aart liet zich uiteraard niet afbluffen; ‘die speler, die moet ik niet’. Waarop Neeltje er nog eens overheen kwam met de vernietigende woorden; ‘als jij hem zo goed vindt, dan neem je hem toch lekker zelf?’ Ja, het was in de bestuurskamer elke donderdagavond keihard onderhandelen met het Blauwe echtpaar. Dat echtpaar viel uit elkaar toen Neeltje, enige jaren geleden alweer, overleed. En nu is Aart er ook niet meer. Wat blijft zijn prachtige verhalen, schitterende anekdotes en mooie herinneringen. Het ene verhaal wellicht wat geromantiseerd, de andere anekdote misschien wat zwaarder aangezet. Maar veeg het allemaal op een hoop en het grotere plaatje is onmiskenbaar; elk verhaal over Aart en Neeltje is een terechte ode en een welverdiend eerbetoon aan twee bevlogen vrijwilligers. Rust zacht Neeltje. Rust zacht Aart.

Hille Beekhuis

Vol d’r op

Nog niet zo lang terug, konden wij op spakenburg.com lezen dat Schoonderbeek (en inmiddels ook TinQ) het sponsorschap voor een jaar heeft verlengd. Gezien mijn functie binnen de club, was ik al een tijdje op de hoogte dat dit eraan zat te komen. Een goede maand geleden alweer, het was 30 maart, appte mede Vakkie D bewoner Wim de Graaf (alias Tsopper) mij met de vraag of die andere Vakkie D bewoner (Rutger van Halteren) weer eens ouderwets in een 1 april grap zou trappen. Voor uw beeldvorming, het is ons inmiddels al een aantal jaar met succes gelukt nepnieuws de wereld in te brengen waar Rutger met open ogen intrapt. Ik antwoordde Tsopper dat Schoonderbeek zou stoppen als hoofdsponsor maar dat wij in Christine le Duc, de grote concurrent van de hoofdsponsor van FC Emmen, Easy Toys, een spraakmakende vervanger hadden gevonden en dat de verwachting was dat dat nog wel heel veel stof zou doen opwaaien. Qua voorpret was de grap op dat moment al geslaagd. Zo gezegd, zo gedaan en zo stond er op 1 april in de Vakkie D app het (nep) nieuwtje. Het duurde niet lang of Rutger appte mij privé dat hij zwaar teleurgesteld was in Schoonderbeek maar daarentegen onder de indruk was van de slagvaardigheid van de Blauwen. Uiteraard zette ik dit bericht door aan Tsopper en die kwam niet meer bij. De andere Blauwen vrienden speelden het spel keurig mee en Rutger had werkelijk niets in de gaten. Het mooiste moest toen nog komen want de zaterdag opvolgend van die bewuste 1 april, deden wij een klein biertje met een kleine afvaardiging van Vakkie D. Uiteraard kwam het nieuws over Christine le Duc ter sprake en toen pas had Rutger het door dat het niet waar was en dat hij er weer ouderwets was ingetrapt. U begrijpt, hilariteit alom.

9 jaar geleden alweer, overleed mijn oud trainer Henk Hofstee. Henk had de gave om op de juiste momenten de spanning van de boog af te halen. Na de wedstrijdbespreking van een tamelijk belangrijk potje, sloot hij ooit eens af met de legendarische woorden: “Pikken stijf, en vol d’r op”! Dat zou wat zijn geweest: zo’n opmerking met Christine le Duc daadwerkelijk als hoofdsponsor.

Tijmen Beekhuis