Tante Ger

Het was ergens begin jaren ‘90 in de bestuurskamer van S.V. Marken. Meneer Uithuisje, voorzitter van de plaatselijke trots, zat soeverein aan het hoofd van de tafel in zijn bestuurskamer. In gesprek met de bestuursleden van het bezoekende S.V. Spakenburg had hij het hoogste woord. Tegenover de pers was hij minder joviaal. Ook tegen mij, ik was in die jaren sportverslaggever bij de Lokale Omroep Spakenburg, was hij gereserveerd en alert.
Ik zat naast hem. Het was bij binnenkomst de enige stoel aan de grote tafel die nog vrij was. Het gesprek aan tafel ging uiteraard over voetbal maar wisselde plots naar gastvrijheid. De voorzitter nam al snel deel aan het nieuwe onderwerp en liet zijn gasten uit het andere vissersdorp weten dat hij in de bestuurskamer van Spakenburg altijd het meest gastvrij werd ontvangen. Vooral de manier hoe de gastvrouw in klederdracht haar rol vervulde, viel bij de Marker voorzitter zeer in de smaak. ‘Dat mis ik in onze bestuurskamer’ zei hij. Toen ik schoorvoetend opmerkte dat die gastvrouw mijn tante Ger was, kon ik niet meer stuk bij meneer Uithuisje. Na de wedstrijd nam hij afscheid van mij met de opmerking, het begrip citymarketing bestond nog niet, dat mijn tante perfecte reclame maakte voor het vissersdorp Spakenburg.

 

Ik maakte het in die tijd vaker mee dat de gastvrouw in klederdracht zeer werd gewaardeerd door de gasten van onze bestuurskamer. Elke keer als er door een bestuurslid of journalist een compliment werd uitgedeeld dan maakte dat mij trots. Trots op mijn club. En trots op mijn tante.
Het was ook voor mij leuk om als radioverslaggever in de bestuurskamer van mijn eigen club rond te lopen. Tante Ger, kordaat, vriendelijk en uiteraard onberispelijk gekleed volgens de voorschriften van de Spakenburgse klederdracht, zorgde er altijd voor dat het mij aan niets ontbrak.
Ze was een trouwe vrijwilliger uit een donkerblauw gezin. Haar man, mijn ome Cees, was elk beschikbaar uurtje op de club en hun zoons Theo en Jaap volgden dit voorbeeld. Voor jongste dochter Linda lag dit anders want zij ging in Nijkerk wonen.

Ik kwam tante Ger ook wel eens halverwege de 2ehelft van een wedstrijd van het eerste elftal tegen. Dat was in de tijd dat ze haar werkzaamheden voor de club al aan het afbouwen was. Ze pakte dan de fiets en verliet het sportpark. Ze keek mij aan met haar krachtige ogen vol oprechte interesse en beantwoordde mijn vragende blik met de woorden ‘boodschappen doen’.  Om er vervolgens aan toe te voegen ‘daar heb ik, als Spakenburg thuis voetbalt, pas aan het eind van de middag tijd voor’. En weg was ze.

Die ogen straalden een paar jaar geleden geen kracht meer uit. Haar gezondheid had plots een flinke optater gekregen. Van een zelfstandige vrouw vol wilskracht was ze nu volledig afhankelijk geworden. Ze kon daardoor zelfs niet meer thuis wonen.
De eerste keer dat ik haar weer zag na die meedogenloze hersenbloeding schrok ik. Ik zag machteloosheid in haar ogen. De twinkeling was weg uit de blik van mijn sterke trotse tante Ger. Nog één keer heb ik een glimp van die twinkeling terug gezien. Het was op het Spuiplein tijdens de laatste kampioenshuldiging, mei 2018. Ik zag ze zitten, ome Cees en tante Ger, naast elkaar. Samen kijkend naar het hossende Blauwe podium, naar hun kampioenen. Ik bekeek ze van een afstandje. Ze waren ontspannen en opgewekt. Maar vooral, ze waren samen. Het was een intiem en vertederend tafereel dat mij ontroerde.
Zondag 8 september jl. overleed tante Ger. Rust zacht lieve tante. Rust zacht.

Buscombi

In een tijd dat door burgemeesters en voetbalclubbesturen bij risicowedstrijden steeds vaker wordt gegrepen naar het wapen van de buscombi, werd afgelopen zaterdag bij Kozakken Boys tegen Spakenburg aangetoond dat het ook anders kan.
Alle Blauwe supporters waren welkom op sportpark De Zwaaier. En die Blauwe supporter kon gaan en staan waar hij of zij wilde. Geen overdreven, althans niet zichtbaar, veiligheidsmaatregelen.
Het vervolg is bekend. Alles verliep prima. Er deden zich geen incidenten voor.
Complimenten aan Kozakken Boys en Spakenburg voor de moed en visie om een klassieke voetbalwedstrijd tussen twee gerenommeerde zaterdagclubs terug te geven aan degenen voor wie het bedoeld is. Aan de echte voetbalsupporters.

Achterafzaaltje

Momenteel draait de filmdocumentaire Diego Maradona in de Nederlandse bioscoop. Afgelopen dinsdagavond heb ik deze film bezocht die gaat over het opkomen, blinken en verzinken van wellicht de beste voetballer ooit.
Er zaten uitsluitend mannen, gemiddelde leeftijd 50 jaar, in de bioscoop. Ze druppelden, vaak per twee, binnen in het achterafzaaltje van filmtheater De Lieve Vrouw in Amersfoort. Het zaaltje voelde aan als een kleedkamer. En het leek op een voetbalreünie. Er hing een sfeer van ouwe jongens, krentenbrood. Iedereen bediende zich van dezelfde voetbaltaal. Er werd gegrapt, handen geschud en ervaringen uitgewisseld.
Op het moment dat de film begon, we waren zo’n beetje met 20 man, schoven er nog snel twee bezoekers naar binnen en jawel, één daarvan was een vrouw. De laatkomers zochten snel hun stoelen op en moesten daarvoor, hoe kan het ook anders, een man passeren. Zodra de vrouw dat deed zei de man quasi serieus; ‘weet je het zeker?’
Bij elke andere film zou dit een foute en bedenkelijke opmerking zijn geweest. Maar in deze setting klonk het zoals het bedoeld was. Als een onschuldig en gevat dolletje van voetballiefhebbers onder elkaar. Voetbalhumor dus. Een fenomeen dat even ongrijpbaar en ondefinieerbaar is als de hoofdpersoon van die avond op het witte doek in dat achterafzaaltje.

Hille Beekhuis

Leave a Reply

This site is protected by reCAPTCHA and the Google Privacy Policy and Terms of Service apply.

X