SPREEKSTALMEESTER

De taart is aangesneden. Er zijn mooie woorden gesproken. Er is geproost op een lang en gelukkig leven en de dans is geopend. De muziek wordt luider. Evenals het gezelschap. Nog een rondje graag.
En dan, het feest is bijna op z’n hoogtepunt, komt het verzoek van de ceremoniemeester om nog even stil te zijn; ‘graag uw aandacht voor een laatste toneelstukje’.

De jolige stilte die in een feestzaal wordt afgedwongen ervaar ik ook regelmatig in de diverse sponsorhomes na een voetbalwedstrijd in de 2e divisie. Bijvoorbeeld bij Kozakken Boys als clubicoon Dick Damen, de primus inter pares op Sportpark De Zwaaier, aandacht geeft aan de sponsor van de week. Bij IJsselmeervogels als mijn goede vriend Pierre van der Gijp een aantal huishoudelijke mededelingen doet. En bij onze eigen mooie club als Sjaak Nel een nieuwe sponsor introduceert. In alle gevallen hebben de spreekstalmeesters voldoende flair, uitstraling en overredingskracht om de stilte een moment vast te houden. Maar het moet niet te lang duren. Want de wedstrijd is gespeeld en na beschouwd, de analyses zijn onderbouwd, de conclusies zijn getrokken, de nieuwe stand bekeken en de eerste biertjes gedronken. Nu geen verplichtingen of onderbrekingen meer want het is in alle opzichten weekend.

Anderhalve week geleden was het ook weer raak, nu in Groesbeek. Als twitteraar van dienst was ik één van de pak’m beet 15 Blauwen die aanwezig mocht zijn bij de wedstrijd van De Treffers tegen Spakenburg op het moderne maar toch knusse Sportpark Zuid. Na afloop praatte ik de frustratie van de nederlaag van mij af met Hugo Bol, Kees Duijst, Remco van Lopik en mijn maatje Tijmen.
Er hing een aangename sfeer in het sponsorhome van de gastheren. De tap spuwde onophoudelijk pils, de muziek flirtte met het aanstaande carnaval en de aanwezigen waren uitgelaten. Ik kon ze geen ongelijk geven. De roodzwarten hadden weer een driepunter gescoord en stonden daardoor nog steviger in de top van het klassement. De gastvrije Groesbekers boden nog maar eens een Gelders biertje aan. M’n chagrijn verdween. Langzaam maar zeker onderging ik de transformatie van supporter naar kroegbezoeker. Nog een rondje graag.

Plots klonk het verzoek tot stilte. Klusjesman communicatie Ben Wegh van De Treffers had onze Chris de Graaf en hun Francois Gesthuizen bij zich geroepen voor het traditionele sponsorhome-interview met beide trainers. Chris moest meteen verantwoording afleggen. Waarom had hij, fervent liefhebber van de Ajax voetbalschool, voor een concept gekozen dat in niets leek op de spelopvatting van de Amsterdamse landskampioen? Met zorgvuldig gewogen woorden pareerde Chris vakkundig deze vraag. Hij maakte subtiel zijn punt terwijl hij en passant een charmant compliment uitdeelde aan De Treffers.
Daarna was de thuistrainer aan de beurt. Francois Gesthuizen ging nog eens diep op de materie in en schuwde de details niet. En toen gebeurde het. Het geduld van de toehoorders sijpelde langzaam weg. Er was eerst gefluister, daarna geroezemoes. De jolige stilte deed z’n intrede. Ik was weer op een bruiloft beland.

De spreekstalmeester bemerkte de onrust en stelde nog snel een tweede vraag aan beide trainers waarbij duidelijk werd dat er kleine barstjes waren ontstaan in zijn vernislaagje van objectiviteit. Maar dat viel steeds minder goed waar te nemen want het geroezemoes ging over in gepraat en in een hoek klonk al gelach. Ben Wegh besefte dat de geest uit de fles was. En die ging niet meer terug. Daarom kapte hij geroutineerd het interview af; ‘dank voor uw aandacht en voor straks wel thuis’. De muziek kon weer op standje gezellig en de tap begon weer te stromen. Het sponsorhome van De Treffers vulde zich weer met uitbundigheid.

Ik merkte dat mijn chagrijn was teruggekeerd. Was het ongemakkelijke intermezzo de oorzaak? Of kwam het door het hernieuwde besef van de nederlaag en kan ik niet zo goed tegen mijn verlies?
Op de lange weg naar huis trok ik de conclusie dat ik wel weer eens toe ben aan een Blauwe uitoverwinning. En aan een bruiloft. Zonder toneelstukjes.

KORTE CORNER

Die uitoverwinning kwam een week later. Na de teleurstelling van Groesbeek kwam de euforie van Rotterdam.
Ik nam in mijn hoedanigheid als Blauwe twitteraar plaats op de perstribune van stadion Het Kasteel. Wat dat betekent? Met 2 verdwaalde journalisten op een verder totaal verlaten tribune. Een klinisch sfeertje dus. Gelukkig zorgde de wedstrijd tussen Jong Sparta en Spakenburg voor meer dan voldoende vermaak. Tijdens de rust besprak ik de 1e helft met mijn buren op de tribune. Beide persmensen waren er van overtuigd dat de Blauwen deze wedstrijd eenvoudig zouden gaan winnen. Dat gevoel durfde ik niet met ze te delen. De angst voor een flater zit er bij mij diep in.

Dat was totaal onterecht want, zo zeiden beide heren, deze wedstrijd viel alles de goede kant op voor Spakenburg; de geweldige start met een vroege goal, daarna het overwicht van Jong Sparta met enkele gemiste kansen, de rode kaart waardoor er een numerieke meerderheid ontstond en als sluitstuk de wereldgoal van Hero van Lopik waardoor er een comfortabele stand van 0-2 op het scorebord stond. Ze hadden helemaal gelijk maar toch was ik er nog niet gerust op.

Naarmate de voorsprong in de 2e helft gestaag werd uitgebouwd naar 0-4, werd ik al wat relaxter. Bij de Blauwen bleef alles goed gaan, bij de kasteelbewoners lukte weinig tot niets.
Pas echt ontspannen werd ik in minuut 70. Op dat moment mocht Jong Sparta een hoekschop nemen. De Rotterdammers Mohammed Tahiri en Patrick Brouwer besloten om er een korte corner van te maken. Maar die corner ging volledig de mist in met als resultaat dat zelfs de cornervlag sneuvelde. Het was de wet van Murphy ten voeten uit.
Op dat moment wist ik het zeker; dit gaan wij niet meer weggeven.

Hille Beekhuis

X