De Kist

Woensdag 24 november jl. overleed oud Spakenburg trainer Simon Kistemaker in zijn woonplaats Velsen aan de gevolgen van kanker. De landelijke media besteedde er de nodige aandacht aan en het woord culttrainer viel opvallend vaak. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat Kistemaker er inderdaad zo eentje was; wars van regels en methodieken vooral afkomstig uit Zeist. Hij deed het op zijn manier, op wat hij zag, vanuit zijn ervaring maar bovenal op zijn gevoel.
In het seizoen 1997-1998 kreeg ik de A1 (tegenwoordig JO19-1) van Spakenburg onder mijn hoede en mocht ik twee avonden in de week “stage” lopen als assistent trainer bij de A-selectie, bij Kistemaker. Normaal gesproken beklijven in een voetbaljaargang bij mij bijzondere wedstrijden, spelsituaties en uitslagen maar van dat specifieke seizoen zijn vooral de anekdotes, de uitspraken en diepgaande gesprekken met dit onvervalste voetbaldier blijven hangen.
De trainingen van Kistemaker waren niet bijster ingewikkeld en bepaalde spelvormen kwamen iedere week weer terug. Loopvormen van 100, 200, 300 en 400 meter (ja, achter elkaar met minimale rust ertussen) waren standaard alsook het positiespel op de donderdagavond: 5 tegen 5 met 5 kaatsers aan de zijkanten. De kantjes eraf lopen haalde je wel uit je hoofd en als er niet kon worden getraind vanwege een tentamen had hij de volgende oplossing: “Kom iets eerder naar de club dan trainen wij samen een uurtje en daarna kan je de hele avond studeren”. Lijdend voorwerp was in dit geval Frank van Twillert en hij heeft dit concept welgeteld 1 maal volgehouden. “Ik ben nog nooit zo kapot geweest als toen, dus de volgende keer plande ik mijn studie maar om de reguliere training heen”.
Kistemaker kon genadeloos hard zijn in zijn commentaar en opmerkingen. Bij de standaard afwerkvorm (altijd in teamverband, om het competitie-element erin te houden) fileerde hij menig speler met de opmerking: “Dat was een schot van een baby”.
De niet koppers binnen de selectie hadden het ook slecht te verduren, de opmerking: “Je kopt als een bok” was niet van de lucht.
Maar als er één opmerking veelvuldig viel, was het wel “scherpte”. In alles maar dan ook alles eiste hij opperste concentratie en scherpte. Zelfs bij de loopvormen op de dinsdagavond: “Scherp lopen!” was een veelgehoorde kreet.
In de trainerskleedkamer zijn er voldoende momenten geweest dat ik heel andere gesprekken met Kistemaker had. Daar was dan van zijn harde buitenkant niets te merken. Zo vertelde hij dat hij bewust het trainerschap van Anderlecht liet schieten om voor zijn (eerste) vrouw te zorgen die niet veel later overleed. De tranen bungelden letterlijk over zijn wangen, zo greep hem dat nog altijd aan.
Kistemaker was ook collegiaal. Toen hij door Spakenburg werd benaderd om trainer te worden, vroeg hij als eerste of de afhandeling met Henk Hofstee al was geregeld. Dat was het in eerste instantie niet waarop Kistemaker antwoordde: “Eerst met de vorige trainer regelen, dan mag je mij weer bellen”.
Het verhaal van een half geblesseerde Hans Kraay jr. vertelde hij met stralende ogen en een schaterlach. In het seizoen dat De Graafschap ongeslagen kampioen werd, was er bij een competitiewedstrijd twijfels over de fitheid van Kraay jr. De warming up moest uitsluitsel bieden. Na de warming up vroeg Kistemaker aan Kraay of hij kon spelen. Mmmwoi, was het twijfelachtige antwoord. “Je moet wel kunnen tackelen Kraay” zei de Kist, waarop Hans alleen maar “ja” kon knikken. De wedstrijd begon en binnen 30 seconden werd de directe man van Kraay aangespeeld. Met een vliegende tackle kon Kraay de aanvaller stoppen met een ingooi voor de tegenpartij tot gevolg. Kraay stond op en schreeuwde richting de bank: “Trainer, was dit een tackle of een tackle?”.
Kistemaker stond daarnaast vierkant achter zijn spelersgroep en regelde alles voor ze. Op donderdagavond na de training regelde hij dat er altijd iets te eten en te drinken was. Sommige spelers van buitenaf hadden een auto van de club en ook dat had de Kist geregeld. Als hij met spelers individueel zat, vroeg hij standaard of ze iets tekort kwamen. Daarna kwam hij to the point en eiste hij 110% inzet voor het team en voor de club. Slecht spelen, dat kan maar inzet moet je altijd tonen. “Je moet je kloten eraf werken”.
Het avontuur Spakenburg-Kistemaker eindigde halverwege het seizoen 1998-1999. Nog altijd is onduidelijk of het om gezondheids- of om sportieve redenen ging. Feit is wel dat het een periode was die spelers, bestuur, stafleden en zeker een assistent trainer niet snel zullen vergeten.

Tijmen Beekhuis

 

Verzoeknummer

In de jaren dat ik radioverslaggever was bij de Lokale Omroep Spakenburg, eind jaren ’90, hadden we een aantal vaste rubrieken. De meest smakelijke was ‘broodje bal’. Als verslaggever was het je taak om tijdens een uitwedstrijd de kwaliteit van een broodje bal gehakt te testen op basis van een aantal criteria zoals smaak, samenstelling en prijs. Ja, het was in die jaren hard werken langs de amateurvelden.
Een andere rubriek was ‘het favoriete nummer van…’. In deze rubriek draaiden we elk uur van de zaterdagmiddaguitzending een verzoekplaat van een persoon uit de A-selectie van één van de drie plaatselijke clubs. De meezingers van André Hazes waren populair. Bij hoge uitzondering kwam er soms een stevig hardrocknummer voorbij maar vooral de actuele hits uit die tijd werden het meest aangevraagd.

Ook de trainer van Spakenburg, Simon Kistemaker, werd gevraagd naar zijn favoriete nummer. Het werd De Vier Jaargetijden van Vivaldi. Een wereldberoemd klassiek muziekstuk.
Een prima keuze van de Blauwe hoofdtrainer, dat zeker. Maar best wel ingewikkeld om deze cyclus van vier vioolconcerten, met de duur van een halve voetbalwedstrijd, tijdens een sportuitzending op de radio in te passen. Presentator Arie Lengkeek, jaren later was hij nog een poosje stadionspeaker bij onze rode buren, was er snel uit; ’we draaien een klein gedeelte van het begin van het eerste vioolconcert’. En zo klonken er die zaterdagmiddag een klein minuutje, tussen de wedstrijdverslagen van Spakenburg, IJsselmeervogels en Eemdijk door, de wereldberoemde klassieke tonen van Vivaldi op de lokale radio.

Simon Kistemaker heeft het die middag niet gehoord want hij zat in de Blauwe dug-out. Maar hij had bij de korte omschrijving van zijn keuzeverklaring aangegeven dat hij het thuis zeer regelmatig luisterde. Vooral de dag na de wedstrijd, als hij de 90 minuten nog eens rustig de revue liet passeren, galmden de violen van Vivaldi door huize Kistemaker.
Nu niet meer. Nu is het stil.

Hille Beekhuis

 

X