SCORENDE SPITSEN

We hebben er weer één; een goalgetter, een afmaker, een targetman. Floris van der Linden heeft deze competitie inmiddels meer dan 20 goals gemaakt en treedt daarmee in de voetsporen van illustere voorgangers als Melrik Beukers, Ruben Wilson en Kees Pier Tol. Stuk voor stuk makkelijk scorende spitsen. Blauwe aanvalsleiders die er geen moeite mee hadden om een bal in het mandje te leggen.

Maar er is wel wat vreemds aan de hand. Noem het een trendbreuk. Want bij Melrik, Ruben en Kees Pier viel er altijd wel wat op hun prestatie af te dingen. Geen grotere winnaar dan Melrik maar zijn passie en drift vlogen regelmatig alle kanten op. Melrik moest door dit temperament regelmatig een wedstrijd schorsing uitzitten. Ook krachtpatser Wilson had z’n minpunten. Z’n lies was zijn fysieke achilleshiel. Bovendien was hij in sommige wedstrijden totaal onzichtbaar, vooral bezig om zijn eigen opvliegendheid in toom te houden.
En dan Kees Pier Tol. Bij uitstek een spits die zijn momenten koos. Een lichtgewicht die de duels meed en meeverdedigde voor de schijn. Om maar krachten te sparen voor die ene splijtende sprint, die ene allesbeslissende actie.
Zolang deze spitsen hun goaltjes scoorden was er niet zoveel aan de hand. Maar stond men even droog dan ging het op de Blauwe tribune al snel over hun mindere kanten.

Zo niet bij Floris van der Linden. Hij pakt bijna geen kaarten, is fysiek volledig in orde en heeft een geweldig arbeidsethos. De lange Haarlemmer staat niet met z’n handen in z’n zij te wachten op de voorzettendiarree die Vince Gino Dekker elke wedstrijd laat neerdalen in het vijandelijke strafschopgebied. Welnee, hij werkt zich een slag in de rondte. Hij gaat het duel aan, voert zijn verdedigende taken uit, maakt vuile meters, is altijd aanspeelbaar en laat teamgenoten beter functioneren.

Buiten het veld van hetzelfde laken een pak. De pers sleept hem graag voor de microfoon want de topscorer is een charmante gesprekspartner met oorspronkelijk taalgebruik. Ook in de kantine is hij een graag geziene gast. Hij drinkt zijn biertjes en is benaderbaar voor iedereen waarbij opvalt dat zijn focus verder reikt dan het voetbalspel.

En daardoor ben ik in verwarring geraakt. Ik ben opgevoed met het dogma dat een goede spits een grote, starre egoïst is. Een berekenende individualist. Een harde en meedogenloze klootzak die uitsluitend bezig is met z’n eigen prestatie. En alles moet daarvoor wijken. Iedereen in zijn omgeving moet zich aanpassen aan dat ene en hogere doel; doelpunten maken.

En nu staat er opeens een sympathieke en breed geïnteresseerde alleskunner in de spits. Iemand die uitstraalt dat hij een jeugdspeler begeleidt met een tentamen wiskunde, een oud omaatje helpt met oversteken, thuis z’n eigen overhemden strijkt en die de dierenambulance belt voor een gewond vogeltje.
Daarmee zet ‘onze’ Floris een nieuwe Blauwe standaard. De schofterige, cynische of heetgebakerde spits is achterhaald. De scorende spits anno nu is een ideale schoonzoon.

Hille Beekhuis

PEC EN VEREN

Het is inmiddels een publiek geheim: Youri Koelewijn, “ongze” Youri Koelewijn, staat in de belangstelling van eredivisionist PEC Zwolle. Of PEC komend seizoen ook te bewonderen is op het hoogste niveau, is nog niet geheel duidelijk want de Zwollenaren zijn momenteel in een heuse degradatiestrijd verwikkeld die zijn weerga niet kent. Ook de overgang van Youri naar PEC is alleszins zeker maar als u het niet erg vindt, laat ik dat over aan de mensen die hierover gaan.

Wat wel een poosje geleden opmerkelijk was, was dat scouts van PEC zich bij mij accrediteerden om thuiswedstrijden van Spakenburg bij te wonen. Eenmaal kan toeval of een incident zijn, bij een tweede maal beginnen bij mij de wenkbrauwen te fronzen en bij de derde maal is er toch echt sprake van een patroon en staat iemand serieus op de radar. Bij de lieftallige directiesecretaresse probeerde ik de naam te ontfutselen voor wie PEC nou kwam maar een politiek correct antwoord werd slechts mijn deel. Diezelfde directiesecretaresse vroeg voor hun scout een tribuneplaats, toegang tot de bestuurskamer en een (gereserveerde) parkeerplaats. De eerste twee verzoeken zijn simpel in te willigen, de parkeerplaats echter niet. Dat verzoek vond ik sowieso overbodig toen ik de naam van de desbetreffende scout doorgestuurd kreeg: Jan de Graaf. Dus antwoordde ik de sympathieke medewerkster dan ook met de woorden: gezien de naam van uw scout, kan hij de wedstrijd met gemak per fiets of zelfs lopend bezoeken. Helaas kreeg ik daarop geen antwoord.

Pal voor de wedstrijd begon, vroeg  een aanwezige mij in de bestuurskamer naar een opstellingenblaadje. Aangezien die niet meer voor handen was maar ik er wel een foto van had gemaakt, vroeg ik hem zijn telefoonnummer en naam om het document via sms of WhatsApp te versturen. “Jan de Graaf” klonk het met een licht Overijssels accent. Toen wist ik het, die is niet op de fiets of lopend naar het sportpark gekomen!

Tijmen Beekhuis