Achter de reclameborden is een kroniek van niet alledaagse gebeurtenissen rondom het sportveld. Opmerkelijke en minder opmerkelijke zaken passeren hierin de revue.

DE DIJK

Begin september. Broeierig. In de Tweede Divisie was er een doordeweekse competitieronde. Spakenburg speelde op woensdag de uitwedstrijd tegen Jong Volendam, deze zomerse dinsdagavond ontving IJsselmeervogels de Boys uit Rijnsburg. Een fraai affiche wat mij deed besluiten om de terrasstoel in mijn achtertuin te verruilen voor de staantribune van onze voetbalburen.
Het was rustig op de betonnen trappen, er waren slechts wat verdwaalde Rijnsburgse Boys supporters en een handjevol Blauwen. Ik ging staan bij Hugo Bol en Piet de Graaf. Gezamenlijk keken we naar een fantastisch spelend Rijnsburgse Boys. De Uien schakelden direct naar de hoogste versnelling en waren niet af te stoppen. Het was een geelzwarte storm die over het veld raasde met Delano Asante, Dani van der Moot en Furghill Zeldenrust als speerpunten in de voorhoede. Binnen de kortste keren stond er al een 0-2 tussenstand op het scorebord.
Moet je die Asante nu eens zien’ zei Hugo nadat de aalgladde rechtsbuiten weer eens was ontsnapt. Vervolgens begon ons TC-lid te vertellen over de vorige club van de rechtsbuiten, het moeilijke eerste jaar in Rijnsburg en de ontwikkeling en progressie die de handenbinder gemaakt had. Ook andere spelers van Rijnsburg kwamen aan bod. Piet deed ook nog een duit in het zakje. Ik was onder de indruk van hun uitgebreide kennis. Maar het duizelde mij al snel van de vele spelers en clubs die de revue passeerden.
Intussen had Rijnsburge Boys een rode kaart geïncasseerd en was ondanks deze numerieke minderheid toch op een 0-3 voorspong, tevens de eindstand, gekomen. ‘Hoe kan het dat zo’n Asante nu de pannen van het dak speelt?’ vroeg Hugo zich af. Piet trok zich niets aan van de retorische vraag en antwoordde dat dit bij Spakenburg niet zo snel zou gebeuren: ‘zodra een nieuwe speler de dijk afdaalt, lijkt het alsof hij het voetballen is verleerd’.

Het hoge woord was er uit; de dijk. De afdaling van de Westdijk naar de ingang van ons sportpark krijgt al jarenlang welhaast mythische proporties toegedicht. De dijk als oorzaak van het onverklaarbare verlies van het voetbalvermogen van sommige nieuw aangetrokken spelers. Voetballers die bij hun vorige club toonaangevend zijn maar komen ze eenmaal in het blauwwitte tenue de dijk af dan schieten deze toppers nog geen deuk in een pakje boter.
Is dat een terechte constatering? Het ligt uiteraard genuanceerder. Onderdeel van de oorzaak is o.a. de statuur van onze club. De rijke geschiedenis en uitstraling van Spakenburg, en alle aandacht en publiciteit die dat met zich meebrengt, kan beklemmend werken. Ook het grote aantal fel meelevende supporters is van invloed. Op de tribune en in de kantine. Maar ook op sociale media.
En wat te denken van de ambitie van de club om altijd top 5 te spelen, sterker nog, de ambitie om altijd voor het kampioenschap te gaan? Het kan je als nieuwe speler zo maar bij de keel grijpen. Ook clubcultuur is een belangrijke factor, gecombineerd met het karakter van ons dorp; recht voor z’n raap, zeggen waar het op staat. Tenslotte realisme en geduld. Verwachtingen worden al snel opgeklopt tot ongekende hoogtes. En er moet direct geleverd worden. Direct presteren.
Dit alles zorgt voor een ambiance waarin diverse voetballers, en misschien zijn het er wel teveel, volledig blokkeren en ten onder gaan in de Blauwe dynamiek van de Westmaat.

Maar er zijn ook voetballers, helaas geringer in getal, waarbij deze ambiance als doping werkt en juist het beste in ze naar boven brengt.
De dijk als veroorzaker? Welnee. Hugo zei het die zwoele dinsdagavond in september heel treffend: ‘de dijk, dat zijn wij’.

Half november. Waterkoud. Rijnsburgse Boys is op de Westmaat de tegenstander. Met de nodige zorgen nam ik plaats in Vak D, beducht op de offensieve klasse van Delano Asante, Dani van der Moot en Furghill Zeldenrust. Die zorg was overbodig. Spakenburg voetbalde ijzersterk en degradeerde de Uien tot grauwe middelmaat. Ondanks de numerieke minderheid, Vincent Volkert ontving in de 1e helft de rode kaart, bleef Spakenburg de bovenliggende partij. Tegen de verhouding in moesten de Blauwen in de 2e helft genoegen nemen met een achterstand. Maar in de allerlaatste seconden wist Spakenburg toch de o zo verdiende gelijkmaker te scoren. Mede dankzij het fanatiek meelevende publiek dat deze middag als 12e man fungeerde. En zo hoort het ook, zeiden mijn voetbalmaten, ‘zodra onze tegenstander over de dijk komt moeten ze weten dat hier niets te halen valt’. Ik knikte instemmend. En dacht aan de woorden van Hugo.

Het andere oranje

Afgelopen zaterdag was ik als Blauwe twitteraar aanwezig op Sportpark De Boshoek in Hardenberg voor de uitwedstrijd van Spakenburg tegen HHC. Uiteraard speelden de gastvrije Sallanders in het vertrouwde oranje. Ik las voorafgaand aan de wedstrijd de voorbeschouwing in het programmaboekje. Daarin was men niet te beroerd om een chauvinistische voorspelling te geven. Hintend op de teleurstellende wedstrijd van het Nederlands Elftal tegen Ecuador van de dag ervoor, stond er te lezen dat ‘het andere oranje’ wél op jacht zou gaan naar de drie punten. Twee uur later was deze voorspelling helaas werkelijkheid geworden.

Zaterdag aanstaande spelen we tegen Katwijk. Inderdaad weer tegen een club in het oranje. De wedstrijd begint een uurtje vroeger zodat iedereen na afloop de wedstrijd van het Nederlands Elftal tegen Team USA kan bekijken.
Zo denken de Katwijkers er ook over. Op hun website maakt de regerend kampioen, evenals onze vorige tegenstander, een knipoog naar het Nederlands Elftal. De Kattukers geven aan dat in hun kantine er een live-stream is van de wedstrijd tegen Spakenburg. Na afloop kan er daarna meteen gekeken worden naar de wedstrijd van ‘het andere oranje’. Daarmee wordt niet HHC bedoeld.

Voor ons Spakenburgers is het allemaal niet zo ingewikkeld. Want voor ons is er geen ander blauw dan het blauw van onze Blauwen.

Hille Beekhuis